De eerste dag Peking: tempels. Na Wutai Shan dachten we "nu is het effe genoeg geweest", maar nee hoor, ne boeddhistische en ter afwisseling een Confuciustempel. Zo kwamen we ook eens wat te weten van de grootste Chinese godsdienst/ levenswijze.
Ter afwisseling in de avond moderne architectuur: het olympisch stadion + zwembad, waar we ni binnen konden. In het eerste omdat het ni voor toeristen open is, enkel voor wedstrijden, in het tweede omdat we ons zwembrevet vergeten zijn (ik zwans ni, allez ja, we mogen in het kinderbadje/ ondiep, alhoewel, je moet ook een doktersattest hebben dat je gezond bent!!). Maar bij die gebouwen gaat het gelukkig vooral om de buitenkant.
Voor de meeste bezienswaardigheden in en rond Peking hadden we een dag nodig, bvb in "de verboden stad"/ het keizerlijk paleis brachten we 5 uur door en we hadden nog ni alles gezien. Op het laatst deden we ni eens meer de moeite, zoooo groot. Dat gold ook voor het zomerpaleis, waar we na een paar zijtempeltjes beseften dat we die links moesten laten liggen en enkel de grote gaan bekijken, aan een leuk meer met ongelooflijk veel lotusbloemen. Voor De Muur hadden we ook een paar uur nodig natuurlijk en het was de moeite. Evenals de weg erheen, met een kabellift en de weg terug, met een soort bobslee, grappig. Verder nog een Ming tombe die we allebei minder de moeite vonden maar die zat in een tour samen met de muur en nog een paar verplichte stops in een jade fabriek en zijdefabriek, natuurlijk met winkel. Tot onze verbazing was dat interessanter dan we verwachtten. Ook inbegrepen was een voetmassage in het olympisch pavilioen, waar de toeristen als proefkonijn dienden voor de studenten. Die deden het ni slecht. Het was echter korter dan aangekondigd toen bleek dat niemand van ons groepje zalfjes wou kopen of geloofde in de chinese geneeskunde. Voor wie het wil geloven: elke avond je voeten masseren, na een warm voetbad, zou helpen tegen allerlei kwaaltjes.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten